Selecteren

 

In de visie van de RKAV moeten alle jeugdvoetballers zich optimaal kunnen ontwikkelen. Daarom wordt er, vanaf de F-leeftijd, onderscheid gemaakt tussen “selectie” en “breedte” teams. Strikt genomen is elke vorm van jeugdvoetbal natuurlijk recreatiesport. Echter, de frequentie, de gerichtheid en de intensiteit waarmee getraind en gespeeld wordt, zorgt wel degelijk voor een onderscheid tussen de selectie- en niet-selectie spelers. Immers, niet iedere jeugdspeler heeft dezelfde wil, tijd en/of vaardigheid om even vaak, gericht en intensief te werken aan het verbeteren van zijn of haar voetbalvermogen.

 

Waarom selecteren?
Als er binnen een trainingsgroep of team grote verschillen in talent of ontwikkeling zijn, dan is dat voor zowel talentvolle kinderen als voor de (nog) niet zo vaardige spelers beter om apart te trainen en wedstrijden te spelen. Gebeurt dat niet, dan zullen beide groepen spelers zich niet optimaal kunnen ontwikkelen. Spelers ontwikkelen zich het beste als ze prikkels, haalbare uitdagingen krijgen. Als er binnen een team of trainingsgroep grote verschillen zijn, zullen de besten heel vaak aan de bal zijn, in tegenstelling tot de ‘minderen’. Deze zullen omdat ze weinig aan de bal zijn en vaak weinig succesvol zijn, zich nauwelijks ontwikkelen. Het niveau van de tegenpartij (in wedstrijden) of tijdens de trainingen van teamgenoten speelt ook een belangrijke rol. Is de weerstand van de tegenstanders (te) laag, dan worden de beteren geremd in hun ontwikkeling, omdat er te weinig uitdaging is. Als de weerstand voor de minder getalenteerde (te) hoog is, dan zullen zij weinig aan de bal zijn en gelukte acties zullen schaars zijn. Voor beiden is het dus beter en met gelijk niveau wedstrijden te spelen en te trainen.

 

Omdat selecteren op jonge leeftijd echter ook risico’s inhoudt en ten koste kan gaan van de sportbeleving van kinderen, wil de RKAV wel vermijden dat er bij de F- en E-leeftijd teveel wordt ‘doorgeselecteerd’. Daarmee worden twee zaken bedoeld:

 

(1) De “breedte” teams, spelend in één van de onderlinge RKAV competities, mogen niet louter bestaan uit spelers die duidelijk minder getalenteerd zijn. Vanaf een bepaald niveau kunnen teams heel goed dusdanig worden samengesteld dat er een goede mix ontstaat. Daarmee wordt ook rekening worden gehouden met sociale aspecten bij de samenstelling van teams (indeling op postcode om buurtkinderen zoveel mogelijk bij elkaar te laten voetballen).
 

(2) De “breedte” teams krijgen weliswaar een iets andere (meer recreatieve) benadering, maar deze is beslist niet minder(waardig). Ook de spelers van deze groep wordt de mogelijkheid geboden om in ieder geval 2 keer per week onder deskundige leiding te trainen, zodat eventuele ‘laatbloeiers’ ook het niveau kunnen bereiken dat nodig is om alsnog in selectieteams terecht te komen.